Spaans leren met italki. Onze eerste les

Vanavond was het dan eindelijk zover: onze allereerste Spaanse les via italki. We zijn al een tijdje bezig met Spaans leren, op allerlei manieren, maar dit voelde als een nieuwe stap. Echte lessen met een echte leraar, dar sten we toch het meest van op. Geen spelletjes, geen tekenfilmuil. Dat sprak me aan.
Ons leertraject tot nu toe
Maar laat ik even teruggaan naar het begin. Dit is niet ons eerste contact met het Spaans. Een jaar lang volgden we lessen aan de volksuniversiteit een goede basis, klassikaal en gestructureerd. Tegelijkertijd probeerden we het een half jaar met Duolingo, tot we erachter kwamen dat we Latijns-Amerikaans Spaans aan het leren waren. Niet wat we voor ogen hadden.
Tegenwoordig gebruiken we Busuu, en daar hebben we best wel iets aan. De app biedt ook gesprekken met AI, wat handig is om te oefenen al geeft dat soms verwarring thuis. Je denkt dat je wordt geroepen, maar de ander zit gewoon met de app te oefenen. Zeg maar: “Hola, ¿cómo estás?” door de kamer en niemand kijkt meer op.
Busuu is goed voor woordenschat en grammatica, maar voor echt spreken miste er nog iets. We hadden ook overwogen om naar de taalschool in Lugo te gaan, maar dat bleek al snel minder praktisch dan gedacht. Bijna een uur rijden, twee keer per week, voor twee uur les per keer dat is al gauw een hele dag eromheen. Die tijd wilden we liever in het leren zelf steken. En eerlijk gezegd: als je de brandstofkosten en de reistijd meerekent, valt het prijsverschil met online lessen ook behoorlijk mee. Nu kunnen we gewoon vanuit de keuken les krijgen. Dat is toch een ander verhaal.
Vandaar italki. Want italki is een online platform waar je één-op-één taallessen kunt volgen met native speakers en professionele leraren van over de hele wereld. Je kiest zelf een leraar die past bij jouw niveau en leerdoel, spreekt een tijdstip af, en de les vindt plaats via een videogesprek. Je betaalt per les, geen verplicht abonnement.
Er zijn twee soorten leraren: professionele leraren met een diploma, en community tutors, native speakers zonder formele opleiding, maar vaak betaalbaarder en meer gericht op gewone conversatie.

De les zelf
Onze leraar bleek meteen doortastend. Geen lange introductie of eindeloos uitleggen hoe het platform werkt we gingen er direct in. Dat vond ik prettig. Het voelde niet als een proefles waarbij je een half uur lang wordt rondgeleid, maar als een echte les.
We hebben meteen iets geleerd. Kleine dingen, maar concreet en bruikbaar. Precies zoals je het wil: aan het einde van de les heb je iets in handen.
Waarom italki en niet alleen een app?
Apps zijn handig als aanvulling, maar ze leren je niet echt spreken. italki doet dat wel. Je praat, je maakt fouten, en je krijgt direct feedback van een mens die de taal door en door kent. Dat is een heel ander niveau van leren. Dit kun je niet verwachten van de Spanjaarden waar je probeert een gesprek aan te knopen.
Wat ook fijn is: je kunt filteren op leerdoel. Wil je zakelijk Spaans leren, je voorbereiden op een reis, of gewoon vloeiend worden in de conversatie? Er is voor elk doel een passende leraar te vinden.
Wat ik ervan meeneem
De eerste les heeft me enthousiast gemaakt. Het drempelmoment — die eerste keer inloggen, een leraar kiezen, de les daadwerkelijk starten — is nu voorbij. En dat is misschien wel het belangrijkste van een eerste les: je weet nu hoe het voelt, en het valt mee.
Wordt vervolgd. ¡Hasta la próxima! De volgende les is al geboekt.

En este caso, Hola, ¿que tal?
Mijn Spaanse basis is Chileense, daar heb ik 4 weken op een taalschool gezeten. Dat was in 2009, al weer even geleden. Een ding wat ik hier altijd zei als ik iemand zag was cómo estás. Dat bleek fout. Hier in Spanje moet het que tal zijn. In alle twee de gevallen vraag je hoe het gaat/is met iemand. Alleen blijken de Spanjaarden cómo estás te begrijpen als een vraag over je gezondheid. Wat ik pas begreep,
toen iemand mij het nog niet zolang geleden vertelde. Vraag bij de volgende les maar. Succes!
Groetjes
Bedankt! Via duolingo had ik geleerd dat een auto een carro was. Bleek coche te zijn in het Spaans te zijn, een carro is een ossenkar. Ze hebben er een flinke poos over gedaan om je dat uit te leggen 🙂 . Gisteren heeft de leraar ons in elk geval goed uitgelegd wanneer je soy en wanneer je estoy gebruikt. Ben ik ook al een paar keer de fout mee in gegaan. De overbuurman denkt nu waarschijnlijk dat ik altijd moe ben. Soy cansado 🙂